Tweeling informatie
Uit Tweeling Alleen wiki
Engelstalig introductie filmpje over meerlingen.
Inhoud |
Eiigheid.
Eeneiig.
Een eeneiige meerling begint als een enkele zygote (bevruchte eicel) die zich na een aantal celdelingen splitst in twee (of soms nog meer) losse embryo's. In ongeveer 19% van de gevallen gebeurt die splitsing binnen vijf dagen na de bevruchting en heeft ieder embryo een eigen placenta en vruchtzak.(afb.A) Zij kunnen echter ook de placenta delen met elk een eigen vruchtzak.(afb.B)
Deze tweelingen worden vaak aangezien als twee-eiig, en zijn bij twijfel naderhand alleen door DNA-onderzoek met zekerheid van twee-eiige tweelingen te onderscheiden.
In ongeveer tweederde van de gevallen vindt de splitsing tussen vijf en tien dagen plaats en delen de embryo's wel de placenta maar niet de vruchtzak, en is er 1 buitenvlies met 2 binnen vliezen.(afb.C) In ongeveer 4 procent van de gevallen vindt de splitsing tussen tien en veertien dagen na de bevruchting plaats en delen de embryo's zowel placenta als vruchtzak.(afb.D) Bij een splitsing na meer dan veertien dagen is meestal die splitsing niet volledig en ontstaat een Siamese tweeling. Dit is zeer zeldzaam. Bij eeneiige meerlingen komen ook andere aangeboren afwijkingen wat vaker voor. Het ontstaan van eeneiige tweelingen is vrijwel onafhankelijk van ras, voedingstoestand, leeftijd enzovoorts en komt bij ongeveer 1 op de 250 zwangerschappen voor.
Zeker op jonge leeftijd zijn eeneiige meerlingen moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ze hebben in elk geval hetzelfde geslacht. Ook komt spiegelsymmetrie voor, waarbij het ene kind linkshandig is en het andere rechtshandig of zelfs waarbij de inwendige organen van de een gespiegeld liggen ten opzichte van de ander.
Toch komt het in zeer uitzonderlijke gevallen voor dat een eeneiige tweeling van verschillend geslacht is. Er zijn gevallen bekend dat dit gebeurd is maar de kans hierop is minimaal.
Afbeelding vliezen en placenta.
Afbeelding : Verschillende combinaties van placenta en vliezen. De placenta, de navelstreng en de foetus zijn gestippeld. De dikkere lijn is het buitenvlies (chorion), de dunne lijn het binnenvlies (amnion).
Bij bijna de helft van alle tweelingen met twee choria (buitenvliezen) – zowel eeneiig als twee-eiig nestelen de twee foetussen zich zo dicht naast elkaar dat de placenta’s samengroeien en voor het blote oog lijkt het dan alsof er maar een enkele placenta is (afb.B).
Meereiig.
Een meer-eiige meerling ontstaat wanneer bij de eisprong twee of meer eicellen tegelijk rijpen en bevrucht raken. Alle twee-eiige tweelingen hebben twee buitenvliezen (choria) en twee binnenvliezen (amnia) (afb.A en B). De kinderen die later geboren worden lijken gemiddeld even veel op elkaar als gewone broers en zussen, behalve dan dat ze even oud zijn. De kans op een meer-eiige meerling is afhankelijk van het ras en de conditie van de moeder, een goede voedingstoestand en een wat hogere leeftijd maakt de kans groter. Vooral In-vitrofertilisatie maakt de kans op een meerling groter, zelfs zes- of zevenlingen komen dan voor. Een zeldzaamheid is dat bij een tweeling de bevruchting niet ongeveer gelijktijdig heeft plaatsgevonden maar dat er tot zelfs een maand tussen zit. Twee-eiige tweelingen vormen ongeveer tweederde van het totaal aantal tweelingen in Nederland, waaronder een onbekend (men schat tot 20%) aantal dat ten onrechte twee-eiig wordt genoemd.
Het aantal eeneiige tweelingen is in de loop der tijd ongeveer gelijk gebleven, het aantal twee-eiige is wel gegroeid voornamelijk door kunstmatige inseminatie. Recente cijfers laten echter zien dat het geboorte aantal van tweelingen in Nederland afneemt. Ook laten recente onderzoeken zien dat eeneiige tweelingen in hun DNA toch niet helemaal identiek en dus verschillend kunnen zijn. Eeneiig of twee-eiig is dan ook niet zo simpel als vaak gedacht.
Omdat tweelingen doorgaans dezelfde omgeving delen, maar het genetisch materiaal van eeneiige tweelingen gelijk is, worden tweelingen vaak in wetenschappelijk onderzoek gebruikt om onderscheid te kunnen maken tussen genetische en omgevingsfactoren op de ontwikkeling van de mens, bijvoorbeeld op het gebied van gedragsstoornissen, taalverwerving en gezondheid. Vooral apart opgegroeide eeneiige tweelingen zijn voor zulk onderzoek bijzonder goed bruikbaar. Het komt echter natuurlijk niet vaak voor dat een tweeling gescheiden opgroeit, hoewel in de VS een aanzienlijk aantal bestaat van tweelingen die na de geboorte bij verschillende gezinnen zijn geadopteerd of in het kader van een omstreden onderzoek van elkaar gescheiden zijn.
Eiigheid in relatie tot het verlies.
De vragen over de relatie van eeneiig of twee-eiig met de diepte van de rouw, en het beleven van het verlies van een tweelinghelft, zijn dan ook niet zomaar te beantwoorden aan de hand van het aantal eicellen waar de tweeling uit voort is gekomen. Er zijn onderzoeken waarin verschillen naar voren komen, maar er zijn ook onderzoeken waar geen verschillen zijn gevonden. Het bijzondere van het tweelingverlies zit veel meer in de speciale band die tweelingen met elkaar hebben en de bijzondere manier waarop tweelingen hun identiteit ontwikkelen en met elkaar delen.
Bronnen, noten en/of referenties:
